Het hoe en waarom van overlevingsmechanismen en patronen

patronen

Iedereen (jong of oud, man of vrouw, arm of rijk) heeft overlevingsmechanismen, patronen of overtuigingen ingebouwd in zijn of haar leven. Waarom hebben we die patronen ontwikkeld en welk doel dienen ze? Kunnen we afscheid nemen van oude patronen of ervoor kiezen om ze niet te doen? En wat gebeurt er als we ze niet doen? In dit artikel gaan we dat allemaal bekijken.

 

Waarom hebben we patronen ontwikkeld en welk doel dienen ze?

Een patroon is eigenlijk niet meer dan een kunstje dat we onszelf hebben aangeleerd. Zo´n kunstje is vaak op jonge leeftijd ontstaan zodat we onszelf staande konden houden in een lastige situatie, zodat we onszelf gezien voelde of misschien wel om aandacht te krijgen of aardig gevonden te worden. Het kunstje van toen is onderdeel geworden van ons leven. We zijn onszelf er mee gaan identificeren en we zijn gaan geloven dat we dat kunstje ZIJN.

Een voorbeeld

Ikzelf stond altijd bekend als het meisje van de structuur. Moest er overzicht gecreëerd worden, dan moest je bij mij zijn. Was er geen planning, dan was ik in de war. Als je aan mij vroeg wat mijn kwaliteiten zijn, dan was gestructureerd een van de eerste woorden die ik opnoemde. Inmiddels ben ik er achtergekomen dat ik van mezelf eigenlijk helemaal niet zo super gestructureerd ben, dat ik prima zonder planning kan werken en dat ik het heerlijk vind om dingen vanuit ‘chaos’ te laten ontstaan. Hoe kan het dan toch dat ik altijd heb gedacht dat ik super gestructureerd was?

Als kind en als puber kreeg ik heel veel prikkels binnen die ik moeilijk kon verwerken. Hierdoor had ik vaak het gevoel dat ik geen controle had over wat er allemaal gebeurde. Om houvast te krijgen, ben ik overal structuur in aan gaan brengen, soms tot het obsessieve aan toe.

BEN ik dat super gestructureerde meisje? Nee, dat ben ik niet. Ik BEN iemand die graag dingen laat ontstaan, iemand die graag vanuit haar intuïtie zaken aanvliegt, iemand die oog voor detail heeft, iemand die aandacht heeft voor wat er om haar heen gebeurt.

Het aanbrengen van de structuur was voor mij een manier om houvast te krijgen. Dit patroon is mij heel lang heel dienstbaar geweest en ik ben ook blij dat ik het toentertijd zo heb mogen ontwikkelen, maar ik merk dat het me nu heel veel energie kost en dat dit kunstje me klein houdt. Als je alles van tevoren plant en in de war raakt als je planning verandert, dan kun je niet vol vanuit je intuïtie leven, je kunt dingen niet zomaar laten ontstaan en je kunt de kansen die zich nu aanbieden niet grijpen omdat dit allemaal niet in je planning was opgenomen.

Het mag duidelijk zijn dat als ik vol in mijn structuur zit, dat ik dan een kunstje doe. Ik voel me op dat moment niet veilig of ik heb stress. Dat zijn de standaard momenten dat ik teruggrijp op mijn patroon. Is het erg dat je soms teruggrijpt naar dat patroon? Hierover later in dit artikel meer.

Hoe komen patronen tot stand?

Patronen ontstaan door het voorbeeld dat je krijgt vanuit je directe omgeving (vaak je ouders en andere gezinsleden). Kreeg jij alleen maar complimenten als je met een 8 voor rekenen thuiskwam en werd je bij een 6 volledig genegeerd of kreeg je een preek dat dat wel onder de maat was? Dan is de kans groot dat jouw patroon is dat je heel erg streberig bent geworden. Voor jou geen zesjesmentaliteit, maar de mentaliteit dat een tien eigenlijk nog niet goed genoeg is.

Waren jouw ouders altijd aan het werk? Misschien je moeder in het huishouden en je vader op kantoor, maar ze waren altijd bezig. Heb jij ze eigenlijk nooit relaxed op de bank zien zitten, gezellig kletsend over koetjes en kalfjes? Dan is de kans groot dat jij ook het gevoel hebt dat er altijd maar werk aan de winkel is. Dat het niet goed is om even tijd voor jezelf te nemen, even te ontspannen. Je gaat maar door en door, omdat je geen ander voorbeeld hebt gehad.

Was jij vroeger een flapuit en zei je alles wat in je op kwam? Kreeg je vaak van je moeder een boze blik als je weer eens een opmerking maakte terwijl je met haar over de markt liep? En was je broertje de rust zelve en kreeg hij daarom meer aandacht? Grote kans dat jij hebt geleerd om je woorden in te slikken en eigenlijk nooit meer te vertellen wat je echt denkt of voelt. Je bent nog altijd bang voor die boze blik en vergelijkt jezelf nog steeds met je broertje en de aandacht die hij wel kreeg en jij niet.

Vonden jouw ouders een huilend kind maar lastig en moest je zo snel mogelijk weer stil zijn? Mocht je van jouw ouders wel eens een echte woede-uitbarsting hebben? Heb je jouw ouders überhaupt zelf wel eens zien huilen?  Zo niet, grote kans dat het in jouw gezin niet vanzelfsprekend was dat je je emoties liet zien. Misschien werd het zelfs wel afgestraft door te zeggen dat je je niet zo aan moest stellen, of door je in de hoek te zetten. Je hebt dus eigenlijk nooit geleerd dat emoties oké zijn en dat je deze ook mag delen met anderen.

Bovenstaande voorbeelden geven een beeld van waar een patroon vandaan kan komen. Er zijn natuurlijk nog 1001 andere voorbeelden waardoor een patroon kan ontstaan.

Verbinding

Eigenlijk is er één grote overeenkomst tussen alle oorzaken waardoor een patroon is ontstaan: je hebt ooit een manier ontwikkeld om om te gaan met een situatie waarin je niet 100% jezelf mocht of kon zijn. Je hebt je aangepast aan de situatie en hebt daarbij je eigen gevoel en emotie even opzij geschoven.

Door dit te doen ben je de verbinding met jezelf verloren. Je denkt dat je dingen op die manier doet omdat dat nou eenmaal is wie jij bent of omdat dat nou eenmaal de manier is waarop je iets hoort te doen. Maar is dat wel werkelijk zo?

Voelt het nog wel goed om altijd maar door en door te gaan, zonder even pauze te nemen voor jezelf? Voelt het nog wel goed voor jezelf om jezelf altijd maar op de achtergrond te plaatsen en eigenlijk nooit echt te zeggen wat jij ergens van vindt, bang dat je daarmee iemand kwetst of dat er iemand boos op je wordt? Voelt het nog wel goed om altijd maar het beste jongetje uit de klas (werk, sportvereniging, vriendengroep enzovoort) te willen zijn?

Misschien voelt het allemaal nog helemaal goed, dan is dat prima. Misschien knaagt er wel iets als je dit artikel zo leest, dan raad ik je aan om de laatste paragraaf ook nog even te lezen.

Kun je afscheid nemen van je patroon?

Ik geloof er niet in dat je voor 100% afscheid kunt nemen van je patroon. Het is iets wat je al zo lang doet en waar je zo vertrouwd mee bent dat het soms zelfs helemaal (nog) niet goed voelt om er afscheid van te nemen. Daarnaast heeft ieder patroon dat je hebt je ooit gediend. Het heeft je door een lastige tijd of situatie heen geholpen en daar mag je je patroon dankbaar voor zijn.

Wat je wel kunt doen, is je bewust worden van je patronen en vanuit dat bewustzijn andere keuzes maken.

Op het moment dat je je patroon aan het doen bent, leef je vanuit een beperking. Je bent niet verbonden met jezelf en met dat wat er op dat moment in je omgeving gebeurt. Onder de oppervlakte schuilt nog een stil verdriet of een onverwerkte pijn of overtuiging uit het verleden. Dit verdriet of die pijn zorgt ervoor dat je nu niet 100% vanuit wie jij BENT kunt handelen.

Op het moment dat je je bewust bent van het feit dat je een patroon hebt, kun je een keuze maken: zet ik mijn patroon nu door, of neem ik er afstand van en ga ik deze situatie aan zoals ik ben? Met alles erop en eraan; het is zoals het is.

 

 

Dit artikel is ook te lezen op: www.inspirerendleven.nl

Geplaatst in persoonlijke ontwikkeling Getagd met , , , , , ,
0 reacties op “Het hoe en waarom van overlevingsmechanismen en patronen
1 Pings/Trackbacks voor "Het hoe en waarom van overlevingsmechanismen en patronen"
  1. […] Een patroon is eigenlijk niet meer dan een kunstje dat we onszelf hebben aangeleerd. Zo´n kunstje is vaak op jonge leeftijd ontstaan, zodat we onszelf staande konden houden in een lastige situatie, om aandacht te krijgen, zodat we onszelf gezien voelde of misschien wel om aardig gevonden te worden. Lees hierover meer in mijn blog. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*